2024 (Crime Records)
Het uit Noorwegen afkomstige The Windmill is een enthousiaste progband, tenminste dat maak ik op uit hun uitgebreide biografie. Zo vertelt de in 2001 eerst nog als project opgerichte band vol trots over hun tot dan toe drie verschenen albums en de daarmee gepaard gaande optredens. Ook komt het voorprogramma bij Arena voorbij, evenals die keren dat ze fungeerden als begeleidingsband voor Clive Nolan’s uitvoering van “Alchemy” in Noorwegen. Daarnaast is er ruim aandacht voor de vele bezettingswisselingen waar de band mee te kampen had en ook het overlijden in 2018 van drummer Sammi Noland komt ter sprake. Al deze expressies komen tot uiting in een kleurrijk bandgeluid dat beïnvloed is door onder andere Camel, Genesis en Jethro Tull. Met het hier besproken nieuwe album “Mindscapes” dat op 1 november 2024 verschijnt komt daar een dimensie bij. The Windmill klinkt hier namelijk krachtiger dan voorheen en ik zal dat met deze recensie wat proberen te duiden.
De daad bij het woord voegend kan ik met genoegen mededelen dat de toename aan kracht werkelijk op alle facetten van toegevoegde waarde is. Vooral de dynamiek van het album is subliem, zeker omdat Karl Groom achter de knoppen heeft gezeten. Ook zaken als contrast, diepgang, opbouw en creativiteit spinnen er enorm garen bij en het is niet te missen dat de arrangementen met hun gelaagdheid meer zeggingskracht hebben. Denk niet dat The Windmill nu een metalband is geworden, zo rigoureus is het nu ook weer niet. Ik moet regelmatig denken aan het album “Circus Of life” van Magic Pie, maar het meeste nog aan de stevige kant van Jethro Tull inclusief de hard aangeblazen dwarsfluit.
Zoals gebruikelijk bij The Windmill bevat ook dit album een giga-epic, sterker nog: “Mindscapes” gaat ermee van start. We worden direct voor de leeuwen geworpen met het bombastische intro van het ruim 22 minuten durende Fear. Waar zal ik het eens over hebben? De keuze is reuze in deze snoepwinkel. Erg sterk vind ik de solo’s op dwarsfluit en synthesizer tijdens het Genesis-achtige stuk met de onregelmatige maten. De compositie is mooi in elkaar geknutseld met gave overgangen. Er zijn diepe bassen, sprankelende passages piano, frivole dwarsfluitmelodieën, knetterende drums, stemmige tonen op de sax en slepende gitaarpartijen om dit allemaal te bewerkstelligen. De hoge stem van Erik Borgen heeft body en straalt samen met de achtergrondzang een heleboel warmte uit. Het is ondenkbaar om dit nummer voor te stellen zonder het briljante spel van Stig André Clason op leadgitaar en Jean Robert Viita op toetsen.
Het is met het middelmatige Calton Hill dan ook even lastig schakelen naar de volgende nummers aangezien deze beduidend korter van aard zijn. Gelukkig is de band niet vergeten om hier en daar een aansprekende instrumentale passage toe te voegen. Mooi spel op de dwarsfluit en bombastische akkoorden maken van de ballad I Still Care even een power-ballad. Vanaf dan zijn de drums niet meer weg te denken en kleuren orgelklanken en slepend gitaarspel de ruimte. Het afsluitende Nothing In Return is een buitengewoon dampend nummer met een Kashmir-achtige vibe waar Arnfinn Isaksen op z’n basgitaar samen met de gitarist het thema neer mag zetten. Daaroverheen hoor je alles wat The Windmill zo aantrekkelijk maakt.
The Windmill is erin geslaagd om met hun vierde album een flinke stap voorwaarts te zetten. De toename aan kracht heeft op “Mindscapes” geleid tot een uitgekiende progressie, een kracht die zowel in de muziek gekapseld zit als het eigen gezicht van de band handhaaft. Lekker bezig!
© Dick van der Heijde 2024

