2024 (Glassville)
De Zweedse band Prehistoric Animals maakt alles behalve prehistorische muziek. Nee, we horen hier een fris en modern proggeluid, een creatieve mengeling met de kracht van progmetal, het kunstzinnige van neoprog, het pakkende van een popsong en het eigenzinnige van alternatieve rock. Het bandgeluid doet me regelmatig denken aan die andere formatie uit Zweden: A.C.T.
“Finding Love In Strange Places”, hun vierde album, verzet de bakens van deze gewaagde combi enigszins naar wat meer kracht. Ondertussen is de muziek nog steeds opgebouwd rondom het vele toetsenwerk dat door elk van de vier bandleden is aangebracht. Ook de heldere hoge leadzang van Stefan Altzar vertoont nog nergens de neiging te gaan briesen of bulderen. Dat zou ook compleet misplaatst zijn want het album gaat in feite over de liefde. “Finding Love In Strange Places” is wederom een concept-cd met ditmaal een aantal dystopische liefdesverhalen. De prachtige cover, een creatie van Mattias Noren, voelt aan als de poster van een film en de hypermelodieuze muziek lijkt de soundtrack te zijn. Het zou ze enorm gegund zijn, de mannen spelen als mallen.
Zo is er een hechte ritmesectie aanwezig in de personen van bassist Noah Magnusson en drummer Samuel Granath. Hun spel zorgt met z’n diepe bastonen en groovy ritmes voor een gedegen fundament. Hoewel dit nooit anders is geweest, spetteren ze werkelijk op het nieuwe album. Opener The City Of My Dreams is met z’n heerlijke jaren 80 vibe, z’n messcherpe gitaarakkoorden en z’n aanstekelijke melodieën een sfeerbepalende mini-epic met een charme die je overtuigt en meesleept naar de verhalen van de komende songs.
Het album kent drie korte stukjes die met hun meer bedaarde sfeer een fraai contrast vormen met de ‘echte’ songs. Er is piano in A Bad Day For The Neon Gods, filmische muziek in Strange Places en akoestische gitaar in Come Home. Dergelijke stukjes zijn inherent aan een conceptalbum en ook hier zorgen ze voor balans.
Het pakkende Living In A World Of Bliss en het afwisselende Unbreakable geven het album nog meer kleur. Vooral Unbreakable is een sterke aanwezigheid met z’n knallende refreinen en z’n zwierige door percussieve drums voortgestuwde coupletten. Ook laat gitarist Daniel Magdic (ex-Pain Of Salvation) zich even gelden. Ga vooral ook niet voorbij aan dat zalige Jean Michel Jarre-achtige intro. Creatieve breinen hebben de halve wereld.
Een markant nummer op het album is He Is Number 4, een grimmige aangelegenheid. Het is tekenend voor de onstuimige kant van de band. Het hoogtepunt van het album is naar mijn idee The Secret Society Of Goodness waar jaren 80-getint toetsenwerk voor een lekkere puls zorgt. Hier is Prehistoric Animals geheel ontketend alsof het de apotheose van het concept betreft en gezien het reflectieve karakter van afsluiter Nothing Has Changed But Everything Is Different is dat begrijpelijk.
Toen ik de promo van “Finding Love In Strange Places” voor het eerst beluisterde, kende ik de band alleen van naam. Daar heb ik rap iets aan gedaan. Jaarlijstmateriaal, kom uit je grot en pak je lei.
© Dick van der Heijde 2024

