XCIII – Void

2022 (My Kingdom Music)

Tracks:
1: IR (2:31)
2: Red Lights (5:12)
3: Hannah (7:11)
4: At Last One Never Exists (4:18)
5: Re (2:31)
6: Rosemary (4:18)
7: Lunchbox (5:59)
8: Tapeworm (7:26)
9: VS (2:29)

Een paar keer per jaar moet ik me van mezelf onderdompelen in een album dat behoorlijk ver buiten m’n comfortzone ligt. Zo houd ik m’n blikveld open en het zorgt ervoor dat m’n vizier niet vastroest. Nee, geen melodieuze neo-prog deze keer, geen uitbundige solo’s op gitaar en toetsen in de bespreking. Ditmaal laat ik m’n licht schijnen over het eigenzinnige “Void”, het vierde volledige album van het uit Frankrijk afkomstige eenmansproject XCIII (oftewel 93).

Guillaume Beringer is de man waar we het over hebben. Hij bespeelt nagenoeg alle instrumenten zelf op enkele gastbijdragen na. Op “Void” komt hij met een mengeling van avantgardistische muziek, progressieve rock, donkere jaren 80 wave en postrock. Dat alles wordt neergezet met een filmische visie. Het is muziek vol elektronica en hypnotiserende herhalingen, waar heldere vrouwenstemmen je meenemen in een dromerige soundscape. Muzikaal vindt Beringer z’n referenties in bands als Ulver, Anathema, Porcupine Tree en Lunatic Soul. Het feit dat het album opgenomen en gemastered is door Steve Kitch (Pineapple Thief) geeft wel aan dat het hier niet om gerommel in de marge gaat.

Beringer maakt muziek die de neiging heeft te irriteren maar dat juist nergens doet. Dat is knap, zoveel beheersing. Neem opener IR waar een aanstekelijk toetsenthema, dat voorzien is van diverse stemfragmenten, gezelschap krijgt van tamelijk agressief klinkende mannenzang zonder  te ontsporen. In het daaropvolgende Red Lights horen we eerst een Pink Floyd-achtig stuk psychedelica en vervolgens krijgt het nummer dankzij de zang van Maélise Vallez een wat vreemde jaren 80 uitstraling. Het vergt even een mindset dat wel. Valllez heeft een vrij intrigerend stemgeluid dat doet denken aan dat van Tori Amos. Ik mag haar graag horen en zo moet Beringer ook gedacht hebben, in vier nummers doet zij namelijk het licht aan.

In dat kader spreken de nummers Hannah en Lunchbox me het meeste aan. Sowieso trouwens. Hannah gaat van start met bedwelmende Fender Rhodes klanken waar Vallez haar zang overheen mag sprenkelen. Een aaneenschakeling van afwijkende maatsoorten zorgt voor de ritmische lijn van dit kunstzinnige nummer. Erg fraai zijn de gitaararpeggio’s in 7/8ste die een ruimtelijk effect lijken te creëren. De gitaar klinkt soms ook krachtig en rauw. Dat is trouwens een veel voorkomend aspect op het album. Dat Lunchbox m’n favoriete albumtrack is, ligt overduidelijk aan de vele stringsgeluiden in het nummer. Ze omarmen de zang van Berlinger en Vallez die een vermakelijke tekst de wereld inbrengen. Het nummer zit zeker al een week in m’n hoofd (m’n lunchtrommel zogezegd).

In Rosemary horen we in de persoon van Giulia Filippi een andere zangeres. Zij past eveneens goed in het geheel en ook de gastrol van Mathieu Devigne op piano mag er zijn. Zijn pingels kroelen als een krolse kater en uiteindelijk spuwt de gitaar zijn gal. Het instrumentale Tapeworm is het meest psychedelische stuk van het album. Dit is een huiveringwekkend onderonsje van toetsen, basgitaar en de elektrische zessnaar dat richting de minder heftige kant van Riverside gaat. Het laatste nummer VS sluit het album geheel in lijn met het eerdere materiaal af.

Ik heb minstens vijf luisterbeurten nodig  gehad om plezier aan “Void” te kunnen beleven maar nu ik er eenmaal in zit wil ik er niet meer uit. Onderdompelen in muziek die buiten je comfortzone ligt is zo slecht nog niet.

Bezetting:
Guillaume Beringer: alle instrumenten, zang
——
Met medewerking van:
Maélise Vallez: additionele zang (2,3,5,7)
Mathieu Devigne: additionele piano (6)
Giulia Filippi: additionele zang (6)
Neemias Teixeira: additionele piano (2)
Oisava: additionele viool (9)