The Flower Kings – Retropolis

1996 (Foxtrot Records)

Tracks:
1: Rhythm Of Life (0:32)
2: Retropolis (11:10)
3: Rhythm Of The Sea (6:12)
4: There Is More To This World (10:15)
5: Romancing The City (0:57)
6: The Melting Pot (5:45)
7: Silent Sorrow (7:42)
8: The Judas Kiss (7:43)
9: Retropolis By Night (3:18)
10: Flora Majora (6:50)
11: The Road Back Home (8:55)

De Zweedse band The Flower Kings wordt opgericht in 1994, dit nadat een aantal bandleden eerder dat jaar zanger/gitarist Roine Stolt van dienst is geweest tijdens het opnemen van z’n soloalbum “The Flower King”. De populariteit van de formatie stijgt in rap tempo en al na een paar albums worden ze in de volksmond samen met Spocks Beard de vaandeldragers van de progressieve rock genoemd. Deze benaming hebben de heren helemaal aan zichzelf te danken. Vooral het muzikaal kunnen en de eigen identiteit die daarmee gecreëerd wordt is ongekend groot. Met name de verrichtingen van frontman Stolt en zijn toetsen spelende collega Tomas Bodin zijn skyhigh. Op het hier besproken “Retropolis” uit 1996, hun tweede album, valt goed te horen dat hun razendsnelle opmars meer dan terecht is.

Allereerst valt het hoesje op. We zien een stuk van een denkbeeldige stad, Retropolis genaamd. De factor tijd lijkt er niet te bestaan aangezien verleden, heden en toekomst in elkaar samenvloeien. Een blik in het boekje maakt duidelijk dat dit tot poëtische songteksten heeft geleid. Muzikaal is er hierdoor een vrijbrief om het grote aantal tempo- en sfeerwisselingen te rechtvaardigen. Dat is nodig ook, “Retropolis” zit er namelijk vol mee. Inherent uiteraard aan progressieve rock weten The Flower Kings hun zwaar op Genesis en Yes geïnspireerde muziek alle kanten op te laten gaan.

Na de ping-pong geluiden van de korte opener Rhythm Of Life, dat volgens mij een variatie is op een hartslag, volgt het instrumentale titelnummer dat elf minuten duurt. Hierin laten Stolt en Bodin hun creativiteit de vrije loop met als resultaat een smaakvol en weelderig nummer dat boeit tot op het bot. Het is een aaneenschakeling van bombast, filmische muziek en Santana-achtige jazzprog met heerlijk spel op de Hammond. Daarnaast zijn er zaken als psychedelische donkerte, veel uitbundigheid en een briljant slot met akoestische gitaar. Iedereen die The Flower Kings trouwens beschuldigt van kopieergedrag  slaat wat mij betreft de plank behoorlijk mis, dit nummer (en eigenlijk het gehele album) laat juist heel veel eigen identiteit horen broeders en zusters. Het daaropvolgende Rhythm Of The Sea heeft dan weer een mild karakter met een prachtig lijntje van de synth. Ook maakt Stolt met z’n ongrijpbare touch zichzelf weer onsterfelijk. Het is de perfecte voorbode op de drie hoogtepunten van het album die komen gaan.

There Is More To This World: tik hem maar aan. Het gaat de eerste minuten als een overheerlijke song door het leven totdat de akoestische  gitaar z’n intrede doet en Hasse Fröberg de leadzang overneemt. Wat er dan gebeurt is magisch. Liefhebbers van de engelenstem van Jon Anderson (ex-Yes) kunnen hun hart hier ophalen zeker als Fröberg de intensiteit omhoog schroeft. Op het laatst keert het refrein uit het begin weer terug en zingen Fröberg en Stolt het nummer uit. Inlijstmateriaal.

Een ander hoogtepunt is ontegenzeggelijk het instrumentale The Melting Pot en ja het is uiteraard een gigantische smeltkroes van stijlen. De band mixt hier progressieve rock met fusion en wereldmuziek waarbij Ulf Wallander de bolsters uit z’n sopraansax probeert te riedelen als een ware Klaus Doldinger (Passport). Gaaf!

De derde wow-song is het iets stevigere The Judas Kiss, een aanstekelijk nummer met sterke gitaarlijnen en een wat springerige passage van een synthbas. Grappig is dat het nummer vol zit met blaffende honden en huilende wolven, de tekstuele hoofdrolspelers. Halverwege komt de band in donkere jazz terecht waarna het alle kanten op gaat. Dergelijke creativiteitserupties vinden we trouwens ook terug in het pakkende Silent Sorrow waar ook na enkele minuten de sfeer kantelt. Ditmaal komt de band met vlotte jazzblues  in alle kleuren van de regenboog.

Ter variatie zijn er ook drie door Bodin gecomponeerde tracks. Behalve eerdergenoemde opener zijn dat het piano-intermezzo Romancing The City en het elektronische Retropolis By Night dat een voortborduren is op een toetsenthema uit het titelnummer. Het is ook wel lekker om eens uit de sfeer van het album te kunnen stappen om de zinnen even te verzetten.

De laatste twee nummers vormen de finale van het geheel. Flora Majora is een prachtige instrumentale track met een mooie melodie die op zich al een finale is. Het gedragen The Road Back Home maakt het daarna helemaal af. Gevuld met een keur aan reflectieve gevoelens zit het er op.

“Retropolis” is een ongelooflijk enerverende cd. De daaropvolgende albums “Stardust We Are” en “Flower Power” zijn weliswaar een slagje beter, het verlangen om terug te keren naar “Retropolis” is altijd daar.

Bezetting:
Tomas Bodin: Hammondorgel, piano, Mellotron, synthesizer, effecten
Hasse Bruniusson: percussie, drums (10)
Jaime Salazar: drums, percussie
Michael Stolt: basgitaar
Roine Stolt: zang, gitaar, toetsen
—————
Met medewerking van:
Ulf Wallander : sopraansaxofoon (6,11)
Hasse Fröberg: zang (4,7)