Tempus Fugit – The Dawn After The Storm

1999 (Musea)

Tracks:
1: Daydream (8:30)
2: The Dawn After The Storm (8:53)
a) Awakening
b) Walking Through The Fields
c) Beyond The Horizon
d) Homeward
3: Never (6:07)
4: Tocando Você (6:54)
5: The Fortress (5:18)
6: Prelúdio De Sevilla (2:07)
7: The Sight (4:45)
8: O Dom De Voar (6:38)
9: Discover (7:52)

Tempus Fugit is een warmbloedige progband uit Brazilië die in de periode 1997-2008 de wereld verblijd heeft met drie studioalbums. Met name de hier besproken cd “The Dawn After The Storm” laat hun melodieuze ambities het beste naar voren komen. Het kundige kwartet (op elk album is de bezetting een tikkeltje anders) maakt een mengeling van nostalgische prog richting Camel en Marillion, neo-prog á la Pendragon en temperamentvol spel op de akoestische gitaar. Het kost dan ook niet zoveel moeite om jezelf op het strand van Rio de Janeiro te wanen, lurkend aan een smakelijke cocktail. Tempus Fugit is Latijns voor ‘de tijd vliegt’. In tegenstelling tot wat de bandnaam doet vermoeden, maakt het gezelschap vurige maar toch vooral ontspannen muziek met een opgewekte inslag.

Als je vervolgens naar de blauwe hoes kijkt, zou je denken dat er geen vuiltje aan de lucht is en dat is niet echt helemaal waar. De leadzang van toetsenist André Mello is wat mij betreft maar net met de hakken over de sloot. Hoewel hij wat dun klinkt als een jeugdige Nick Barrett, redt hij het met z’n aandoenlijke charme. Hij voorziet dan wel slechts drie nummers van vocalen, z’n zanglijnen daarentegen zijn zeer oké. Zo komt z’n sentimentele stem goed uit de verf in de ballad Never. Wel moet worden opgemerkt dat het instrumentale, gitaargerichte tussenstuk hier toch de meeste punten binnenhaalt. Fraai is dan weer wel dat zang en gitaar elkaar uiteindelijk vinden waarna gitarist Henrique Simões het nummer melodieus afsluit inclusief een monsterriff.

Dat het album het grotendeels moet hebben van de instrumentale nummers laten opener Daydream en het daaropvolgende titelnummer The Dawn After The Storm goed horen. Wat een sterk samenspel van lyrische gitaarmelodieën, virtuoos toetsenspel en passende ritmes van basgitaar en drums brengt de band hier naar voren. Zo bevat Daydream fraai pianospel en later strakke brassgeluiden als vormgever. Vaak zie je dat instrumentale nummers voor een band ‘even de zinnen verzetten’ betekent. Voor Tempus Fugit echter is het hun main business. Bij hen is een instrumentaal nummer veel meer vanuit een compositorisch perspectief geschreven. Wat dat betreft is het sterke van Daydream dat het flitsende intro halverwege het nummer terugkeert maar dan als ontlading. In het vierdelige titelnummer vallen vooral de delen Walking Through The Fields en Beyond The Horizon op waar de gedragen sfeer van het ene afgelost wordt door het lekkere orgelspel van het andere. Het ontzag voor dit album groeit per seconde.

Hoewel de meeste nummers geschreven zijn door André Mello is het prachtige Tocando Você een creatie van Henrique Simões en dat hoor je. Allereerst is daar zijn akoestische gitaar die later als de band ingevallen is ook nog een rol van betekenis speelt. Het gehele nummer kan gezien worden als het jongere broertje van The Voyager van Pendragon. Toch is Tempus Fugit de band er niet naar om beticht te worden van copycatgedrag, daarvoor is de eigen identiteit te groot. Het vurige jazzrockintro van The Fortress is weliswaar Camel all over the place en de kabbelende passage daarna ook, je slikt het met graagte. Een pareltje als het door bassist André Luiz geschreven Prelúdio De Sevilla is een mooi voorbeeld van het Braziliaanse bloed dat door het album stroomt. Luiz zelf bespeelt hier de klassieke akoestische gitaar. Ik zeg het weer een keer: wonderschoon.

De laatste drie nummers klinken behoorlijk gevarieerd in het geheel. The Sight is weer een vocaal nummer, de sterkste van de gezongen tracks. Een bombastisch intro met zoevende hoge tonen van de basgitaar gaat over in een geweldig melancholiek nummer dat boordevol uitzinnig gitaarspel zit. Het slot mag met z’n spacey klanken verrassend heten. In het bijna folky klinkende O Dom De Voar komt juist iets aards naar voren. Het organische nummer is namelijk een samengaan van piano, akoestische gitaar en dwarsfluit. De frivole tonen van de fluit zijn aangebracht door gastspeler Marco Aurêh. Het laatste nummer van het album, Discover, is lange tijd niet al te spectaculair totdat de sfeer omslaat richting Arena en we getrakteerd worden op wulpse toetsenloopjes en uitbundig gitaarspel. Dit is de finale die het album verdient.

Al met al is “The Dawn After The Storm” een bijzonder album met muziek die je in de vezels gaat zitten. ‘Ober, graag nog een cocktail.’

Bezetting:
André Mello: lead- en achtergrondzang, Fender Rhodes, Minimoog, Korg Monopoly en Polysix, Alexis Quadrasynth, Roland XP50, JV30 en SH2, ARP Pro-Soloist
Henrique Simões: elektrische en akoestische gitaar, mandoline, achtergrondzang
André Luiz: basgitaar, akoestische gitaar
Ary Moura: drums, elektronische percussie
——
Met medewerking van:
Marco Aurêh: dwarsfluit (8)
Fernando Sierpe: achtergrondzang (9)