Mystery – Lies And Butterflies

2018 (Unicorn)

Tracks:
1: Looking For Something Else (16:58)
2: Come To Me (5:19)
3: How Do you Feel? (4:57)
4: Something To Believe in (7:34)
5: Dare To Dream (6:54)
6: Where Dreams Come Alive (7:26)
7: Chrysalis (15:08)

Stuur mij naar een onbewoond eiland met een schappelijk rantsoen van drie cd’s en ik neem in ieder geval “Lies And Butterflies” van de Canadese progband Mystery mee. De keuze laat zich raden. Dit album heeft namelijk alles in zich dat mijn muziekhart sneller doet slaan.

De hoge intense zang van Jean Pagau, het melodieuze gitaarwerk van Michel St-Pére en de vaak bombastische gitaarakkoorden waar Sylvian Moineau mee komt zorgen er constant voor dat ik alles om me heen vergeet net als de tingelende toetsenpartijen van Antoine Michaud en de dynamische ritmes van François Fournier en Jean-Sébastien Goyette. Ook neemt men gas terug met perfect getimede passages van dromerige dwarsfluit, sprankelende piano en heldere akoestische gitaar. Deze maken me keer op keer out of this world en kleuren op schitterende wijze het plaatje. Bovendien (en dat is wel handig als je voor de rest van je leven naar een onbewoond eiland wordt verbannen) kan ik het schijfje makkelijk een paar uur achter elkaar draaien aangezien de muziek nooit maar dan ook werkelijk nooit gaat tegenstaan. Send me away, liever vandaag nog dan morgen.

Ondertussen tref ik m’n voorbereidingen en lees me in.

De ontwikkeling van Mystery als band is niet meer te stuiten. “Lies And Butterflies”, hun zevende studio-album, staat weer een sport hoger op de ladder dan voorganger “Delusion Rain” (2015) en dat heeft alles te maken met de uitgekiende manier waarop gecomponeerd is. Het album laat horen dat, ondanks dat het materiaal episch en complex van aard is, het vol zit met aansprekende, maar vooral pakkende melodieën. Met name de zanglijnen weten diep door te dringen. Dat kunnen ze uiteraard omdat de muzikale omlijsting ongekend schoon is.

Ik zie mezelf al slenteren over het strand van m’n bounty-island, luisterend naar Looking For Something Else, de epische opener van het album. Gedurende bijna 17 minuten worden twee gedeelten (die overigens enorm in elkaars verlengde liggen) aaneen gesmeed door een riffend tussenstuk. Deze overgang komt voort uit een geweldige gitaarsolo van St-Pére. Het thema dat in de eerste helft de ronde doet, komt in allerlei gradaties voor. Zowel qua intensiteit als qua instrumentatie is het allemaal zeer smaakvol gedoseerd. De zinderende herhalingen maken via het riffende tussenstuk plaats voor de fraaie tweede helft van het nummer waar Mystery klinkt als een neoprogversie van Kansas of beter nog van Proto-Kaw. Het nummer is een binnenkomer van jewelste, een parel met eeuwigheidswaarde.

Vervolgens komt de band met vijf nummers die qua tijdsduur variëren van net geen vijf minuten tot zeven en een half. Ze vormen een sonische hike die daarna voortreffelijk wordt afgesloten met het vijftien minuten durende Chrysalis.

Come To Me staat nogal in contrast met het indringende openingsnummer en dat kan niet anders dan de bedoeling zijn. Het is classic rock met een progressief laagje pit. Niet onaardig, jammer van die zeurende teneur. De ballad How Do You Feel is iets om naar uit te kijken. Op de een of andere manier zie ik het nummer altijd een beetje als het jongere broertje van The Sky Above The Rain van Marillion. Het nummer wordt door Pagau gevoelig gezongen, terwijl hij zich omringt ziet door allerlei tokkelende en gebroken gitaarakkoorden. De toetsen klinken orkestraal en St-Pére speelt genadeloos rondborstige leadgitaar.

Something To Believe In is het ideale nummer voor de muzikale omlijsting bij een barbecue. Het maaltje mag dan karig zijn (drie visjes en een krab), de muziek is groots. In dit op en top Mystery-nummer komen alle hiertoe beschikbare bandkenmerken naar voren en ook in de daaropvolgende twee nummers Dare To Dream en Where Dreams Come Alive laat men het nergens afweten. In Where Dreams Come Alive zit opmerkelijk veel ritmiek en het baswerk van Fournier is dan ook een lust voor het oor. Het afsluitende Chrysalis is een kunstig gefabriceerd hekwerk, gemaakt van melancholische neo-prog en onverwoestbare progmetal.

‘Lies And Butterflies” is een onverzadigbaar prachtalbum dat in de huiskamer over m’n Tannoy-boxen uiteraard tig keer beter tot zijn recht komt dan op welk eiland dan ook. Wat een weldaad. Take me away guys.

Bezetting:
Jean Pagau: zang, toetsen, dwarsfluit
Michel St-Pére: gitaar, toetsen
François Fournier: basgitaar, toetsen
Sylvian Moineau : gitaar, toetsen
Jean-Sébastien Goyette : drums
Antoine Michaud: toetsen