Marillion – Fugazi

1984 (heruitgave 1998 EMI Records)

Tracks:
1: Assassing (7:01)
2: Punch & Judy (3:18)
3: Jigsaw (6:49)
4: Emerald Lies (5:08)
5: She Chameleon (6:53)
6: Incubus (8:30)
7: Fugazi (8:02)
—————————–
Bonus CD:
1: Cinderella Search (12″ version) (5:32)
2: Assassing (’92 alternate mix by Chris Hedge) (7:41)
3: Three Boats Down From The Candy (’84 re-recorded) (4:01)
4: Punch And Judy (demo) (3:50)
5: She Chameleon (demo) (6:34)
6: Emerald Lies (demo) (5:32)
7: Incubus (demo) (8:10)

Het is wat om een album te recenseren dat je zo na aan het hart ligt. Het was in het voorjaar van ’84 meteen raak toen ik “Fugazi”, de tweede lp van de Britse progband Marillion, in handen kreeg. Daar kwam in ’91 een bizzare dimensie bij toen ik net als de hoofdpersoon op de hoes, uitgeteld op bed kwam te liggen. Ook ik lag daar geheel naakt, logisch: in het ziekenhuis is dat vaak voor patiënten de dresscode. Op het revalidatiecentrum had ik een grote poster van het album in m’n kamer hangen. Soms kreeg ik opmerkingen van het personeel over de treffende gelijkenis. De fugazi was compleet. Ik was een fugazi met heel m’n hart. I am a fucked up warrior.

Marillion trekt direct ten strijde met het vurige Assassing. Ik heb geen schijn van kans als ik het nummer hoor, ze hakken me helemaal in mootjes. Onder de bezielende ritmes van hun nieuwe drummer Ian Mosley is een ieder zo ontketend als een koe die in de lente de stal mag verlaten. Mosley heeft een kordate stijl waarin hij het ene na het andere accent er uit mept en ondertussen strooit met lekkere grooves en fills. Hoor hoe Pete Trewavas helemaal uit zijn dak gaat op z’n basgitaar. Ook Steve Rothery en Mark Kelly doen uitstekende dingen. Vooral dat vinnige slagje en later die bruisende toetsenriedels tillen het nummer op. Fish is een verhaal apart. Met z’n scherpe, bijtende stem die je kunt beschouwen als een waar kapmes, baant hij zich overal een weg doorheen. Het is kunstzinnig wat de strijdlustige taalvirtuoos vocaal allemaal doet. Assassing is een overtuigende voorbode op wat komen gaat.

Het daaropvolgende vlotte Punch & Judy heeft een heerlijke neo-prog toetsenriedel die ondersteund wordt door een smeuïge gitaarriff. Het knappe van dit nummer is dat het met z’n korte speelduur precies de juiste maat heeft. Marillion weet wat doseren is.

Met Jigsaw levert Marillion een prachtige ballade af en die pracht heeft uiteraard veel te maken met de onmetelijk mooie gitaarsolo die het nummer bevat. Indertijd zag ik Marillion live. Het was een hele beleving om te midden van het alles meezingende publiek te staan. Het werd helemaal leuk toen Fish aan het einde van Jigsaw een denkbeeldige ring van z’n vinger afschoof en die in het publiek gooide. Iedere keer als ik de laatste paar maten van het nummer draai krijg ik flashbacks naar toen.

Wat Marillion zo goed doet op “Fugazi” is het variëren in sfeer. Elk nummer is een duidelijk op zich zelf staand geheel, terwijl de onderlinge cohesie enorm is. Neem de nummers Emerald Lies en She Chameleon. Emerald Lies klinkt lange tijd vrij industrieel, maar onder aanvoering van Fish die zingt ‘hot tears melt this icy palace’ komen er toch warme klanken in het spectrum. In de jaren 90 was het intro van het nummer trouwens de begintune van het Nederlandse jeugdprogramma Forza TV met Humberto Tan en Jessica Broekhuis. Je hebt er niks aan dat je dit weet maar ik wou het toch even kwijt. She Chameleon is een heel ander soort nummer. Het is doordrenkt met kerkorgelklanken en kent een briljante toetsenpassage, absoluut Mark Kelly at his best.

De laatste twee nummers, Incubus en het titelnummer Fugazi, laten een Marillion horen dat boven zichzelf uitstijgt. Incubus is lange tijd een heerlijke progsong inclusief een kenmerkende passage met gebroken gitaarakkoorden, totdat de sfeer duister wordt en Fish op z’n kopstem gaat zingen. Wat volgt is één van Rothery’s beste gitaarsolo’s ever. Het nummer eindigt behoorlijk bombastisch en ondertussen haalt Fish het venijn uit z’n tenen. Zoals gezegd eindigt het album met het titelnummer en de finale daarvan verdient zo ontzettend veel waardering, niet alleen sluit het de track fantastisch af, ook het album. Een heerlijk toetsenfiguur is hier de blikvanger. Hoe een ieder daaromheen speelt is grote klasse.

In 1998 is het album geremasterd en samen met een bonus cd uitgebracht. Die extra cd is voor de die hards best interessant. De eerste drie tracks zijn the usual subjects, maar daarna krijgen we vier niet eerder verschenen demo’s van enkele albumnummers. We horen prille versies van onder andere Punch & Judy en Incubus. Persoonlijk vind ik deze tracks leuk genoeg om meer dan eens te beluisteren. Het is een fan dingetje, dat wel.

“Fugazi” is een album dat me al jaren in de greep houdt. Wat een luisterplezier. In het kader van deze recensie heeft het schijfje veelvuldig in m’n cd-speler gezeten. Ik vind het gewoon jammer dat het laatste woord van deze recensie geschreven is.

Bezetting:
Fish: zang
Mark Kelly: toetsen
Ian Mosley: drums
Steve Rothery: gitaar
Pete Trewavas: basgitaar
—————————–
Met medewerking van:
Chris Karen: percussie
Linda Pyke: achtergrondzang (6)