Leap Day – Treehouse

2021 (Oskar Records)

Tracks:
1: Like Icarus (10:43)
2: Clementine (8:51)
3: Raining (7:30)
4: Treehouse (9:24)
5: May 5th (7:24)
6: Autumn (11:58)

De Friese band Leap Day kan al vanaf z’n oprichting in 2008 gerekend worden tot de betere progbands van Nederland. Er zit een prettig stijgende lijn in de kwaliteit van hun albums waarop een mengeling van melancholische prog en eigenzinnige neo-prog de melodieuze smaakpapillen weet te kietelen. Het resultaat is een viertal studio-cd’s en daarna  een live plaat en een compilatiealbum met archiefmateriaal. Het spreekt voor zich dat een ieder dan al reikhalzend uitkijkt naar een nieuw studioalbum.

En dan verlaat bassist Peter Stel de band. Leap Day weet in de persoon van Harry Scholing een adequate vervanger te rekruteren en vervolgens breekt corona uit. Dan vertrekt ook zanger Jos Harteveld en stelt de band met Hans Kuypers een nieuwe vocalist aan. Er breekt een zware tijd aan voor de muzikanten.

In de studio van toetsenist Derk-Evert Waalkens te Assen worden los van elkaar de gedeeltelijk geschreven composities verder uitgewerkt en opgenomen. Mooi zou je zeggen, maar net als Leap Day na een paar jaar doorzetten uiteindelijk z’n zaakjes rond heeft, treedt remmingsfactor drie in werking: het Poolse label Oskar, waar de band een contract mee heeft, kan wegens problemen met de aanvoer van de nodige grondstoffen het album niet op tijd uitbrengen.

Vanuit m’n luie stoel kijk ik toe en besluit het album dan maar als digitale promo vanaf de computer te recenseren aangezien het werkelijk een schitterend staaltje muziek is. O ja, het album luistert naar de melancholisch klinkende naam “Treehouse”. Ga er maar vanuit dat het prettig toeven is in deze boomhut.

Bij beluistering van het album valt op dat alles vele malen intenser klinkt dan voorheen. Muzikaal is er niet zoveel anders dan anders, een aantal horizonverbredende facetten daargelaten natuurlijk. Leap Day maakt nog steeds prog die vol zit met de subtiele beroeringen van de twee toetsenisten die de band rijk is, Gert van Engelenburg en Derk-Evert Waalkens. Heerlijk spel op de synthesizer en evenzo smakelijke orgel- en mellotronakkoorden zijn alom aanwezig terwijl gitarist Eddie Mulder het allemaal schitterend aanvult met zijn karakteristieke spel. Zijn inbreng is zo melodieus, zo sprankelend dat je zou zweren dat zijn snaren van goud zijn.

De verrichtingen van de drie krijgen uitstekend ondersteuning van de ritmetandem Roozen-Scholing. De drums zijn dynamisch en kordaat terwijl het baswerk soepel en steady is. Het klinkt allemaal zeer vertrouwd maar vergis je niet. Het allerlaatste dat ik wil suggereren is dat Leap Day op dit album de automatische piloot heeft ingeschakeld.

Het grote verschil zit hem in de nieuwe zanger Hans Kuypers. Met zijn enigszins theatrale stem is hij een ware gamechanger. Zie het woord ‘theatraal’ trouwens niet als iets groots, Kuypers blinkt juist uit in het kleine gebaar. Wat dat betreft doet hij regelmatig denken aan Paul W Nash van de Britse band Lyrian. Daarnaast is goed te horen dat Kuypers een verleden heeft als hardrockzanger. In de hoogte klinkt hij een beetje als Damian Wilson of zo je wilt Geoff Tate. Hij is een bijzondere zanger die steeds maar weer de muziek in een ander daglicht plaatst.

Zes nummers vallen ons ten deel. “Treehouse” kent een zeer overtuigende opening met Like Icarus. Het nummer heeft een aangrijpende tekst als decor. De band verklankt hier een waargebeurd verhaal over acht daklozen in New Orleans die omkwamen bij een brand in een pakhuis waar ze de nacht hadden proberen door te brengen. Een gedreven ritme en veel gebroken toetsenakkoorden vormen er de ondergrond voor de intens zingende Kuypers. Het zwierige Clementine daarentegen laat een heel wat meer ontspannen sfeer horen al neemt Mulder je overal mee naar toe met z’n weelderige gitaarspel.

Het derde nummer, Raining, bezorgt mij keer op keer kippenvel. Het heeft de melancholie van een Big Big Train song maar het had ook niet misstaan op “Duke” van Genesis. Op de een of andere manier zie ik het nummer als een ode aan de tragisch overleden Big Big Train zanger David Longdon, niet dat dat het is maar zo ervaar ik het. Een opmerkelijke passage zit halverwege als Mulder het op z’n heupen krijgt en met metalriffs gaat strooien. Door de jaren heen heeft Leap Day zich een mandaat verschaft om dergelijke passages in de muziek te kunnen plaatsen en dat is knap.

Toch is het de melancholie die dit album z’n pracht geeft. Neem het For Absent Friends-achtige titelnummer waarin een geinig stukje house een zeer symfonische twist krijgt of neem de bijna twaalf minuten durende afsluiter Autumn dat enkele Mulderiaans mooie momenten kent. Tussendoor is er dan ook nog het luchtige May 5th. De tekst gaat over een fietstocht naar een festival die leidt langs allerlei obscure plekken.

Boomhutten zijn nou niet bepaald de meest solide bouwwerken, deze “Treehouse” echter is niks meer of minder dan een architectonisch hoogstandje.

Tijdens het schrijven van de laatste zinnen van deze recensie kreeg ik te horen dat er eindelijk een doos met cd’s bij de band wordt afgeleverd. Pfff.

Bezetting:
Gert van Engelenburg: toetsen, achtergrondzang
Hans Kuypers: zang
Eddie Mulder: gitaar, achtergrondzang
Koen Roozen: drums
Harry Scholing: basgitaar
Derk-Evert Waalkens: toetsen, achtergrondzang