Le Orme – L’Infinito

2004 (eigen beheer)

Tracks:
1: Il Tuono E La Luce (3:01)
2: La Voce Del Silenzio (4:22)
3: Shanti (2:43)
4: L’Infinito (5:33)
5: Si Puo’ Immaginare (5:49)
6: Il Tempio Sul Lago (3:16)
7: Questo E Il Mattino (0:40)
8: Canto (4:53)
9: La Ruota Del Cielo (5:41)
10: Tra La Luna E Il Sole (4:08)
11: Come Onde Sull’Oceano (2:23)
12: L’Infinito [ripresa] (2:34)

Met het uit 2004 stammende “L’Infinito” completeert de Venetiaanse progband Le Orme z’n drieluik over het ontstaan van de mensheid. Al eerder verschenen in dit kader de albums “Il Fiume” (1996) en “Elementi” (2001) met als doel om muziek te maken die appelleert aan de sfeer en het geluid van de albums uit hun hoogtijdagen. Het concept is de band op het lijf geschreven hetgeen er op neerkomt dat de verbeeldingskracht en het gevoel in volle glorie van de albums afspat en dat geldt zeker van het hier besproken “L’Infinito”. Ja beste mensen, dit is een album dat ondergedompeld is in eindeloze schoonheid en dat in een tijdsbestek van slechts drie kwartier.

Sinds de oprichting van de band in 1966 staat Aldo Tagliapietra achter de microfoon, eerst nog als gitarist, later als bassist. Met het verstrijken der jaren heeft zijn stem een mooie warme klank gekregen en dat past perfect bij de hemelse grandeur van de muziek. Het feit dat Tagliapietra een paar jaar na “L’Infinito” de band heeft verlaten ten faveure van zijn solocarrière legt een weemoedige laag over het album. We hebben het hier dus over het laatste studio-album van hem met de band.

De meeste nummers kennen vocalen, slechts een paar stuks zijn instrumentaal zoals opener Il Tuono E La Luce. Het is een machtige track die je mond wagenwijd open zal doen vallen. De gitaarsolo die je hoort komt namelijk niet uit een snarig instrument maar uit een speciaal daarvoor ontworpen keyboard. Michele Bon bespeelt deze gitaarsimulator en het is niet van echt te onderscheiden. Zelfs de aanslag van de rechterhand is perfect geëmuleerd. On-ge-lo-fe-lijk. De simulator komt regelmatig op het album voor en daar mag je blij mee zijn. Erg mooi is de simulator in de daaropvolgende ballade La Voce Del Silenzio en niet alleen omdat het fraai gezongen nummer een titel heeft die me op het lijf is geschreven, maar simpelweg omdat de solo me altijd ondersteboven in de stoel weet te krijgen.

De pracht van het album vloeit in het goed gevarieerde geheel waar dan ook fraai uit je boxen. Neem de strijkers in het organische titelnummer en laat je ondertussen meeslepen door de magnifieke drumpartijen van Michi Dei Rossi in het bolero-stuk. Dat de klasse groot is op het album komt goed naar voren in het vele orgelwerk dat naast de euforische hoornklanken buitengewoon kenmerkend voor Le Orme is. Absolute prijspakker van het album is het zwierige Si Puo’Immaginare dat vol zit met toetsensolo’s op synthesizer, gitaarsimulator en het orgel. Het instrumentale Il Tempio Sul Lago doet met z’n piano en strijkers erg denken aan een album als Florian. Dat de uitvoering het toonbeeld van beheersing is, hoor je ook steeds maar weer. La Ruota Del Cielo heeft de sitar in het geluidsbeeld en het is Tagliapietra die deze bezwerende klanken de wereld in stuurt.

De laatste drie nummers vormen overduidelijk de finale van het werkstuk. Vanaf het zinderende en bloedmooie Tra La Luna E Il Sole tot aan het machtige koor in de bombastische reprise van het titelnummer is het dringen geblazen op het puntje van je stoel.

“L’infinito” is een geweldig album dat met zorg, liefde, vakmanschap en smaak tot stand is gekomen. Dit werkstuk verdient een plaatsje in de eregalerij van de schone kunst om daar uiteindelijk voor altijd te blijven.

Bezetting:
Andrea Bassato: piano, toetsen, viool
Michele Bon: MB3 orgel (zelf gemaakt), toetsen, gitaarsimulator synth
Michi Dei Rossi: drums, percussie, glockenspiel, tubular bells
Aldo Tagliapietra: zang, basgitaar, baspedalen, akoestische 12-snarige itaar, sitar
———————————————
Met medewerking van:
Pietro Constantini: viola
Rossella Mazzucchelli: viool
Luca Penzo: viool
Caterina Rossi: cello
het koor Joy Singers Of Venice o.l.v. Andrea D’Alpaos