Jethro Tull – A

1980 (Chrysalis)

Tracks:
1: Crossfire (3:55)
2: Fylingdale Flyer(4:36)
3: Working John, Working Joe (5:06)
4: Black Sunday (6:39)
5: Protect And Survive (3:37)
6: Batteries Not Included (3:53)
7: Uniform (3:34)
8: 4.W.D. (Low Ratio) (3:43)
9: The Pine Marten’s Jig (3:28)
10: And Further On (4:21)

Het uit 1980 stammende “A“ is het 13de album van Jethro Tull, echt waar. Het vergt een foutloos uitgevoerde flikflak wil je dit werkstuk goed kunnen waarderen. Bij onvoldoende rotatie gaat dit namelijk niet lukken. “A” wijkt door z’n lage folk-gehalte en z’n songmatige structuur nogal af van het gebruikelijke Tull-geluid al zitten er toch ook voldoende herkenningsmomenten in.

Dat afwijkende is niet zo vreemd als je bedenkt dat het album geschreven en opgenomen is met de bedoeling dat het een solo-album van Ian Anderson zou worden. Ook niet onbelangrijk is het feit dat Anderson bijna een geheel nieuwe band om zich heen heeft. Van de  oude garde is alleen gitarist Martin Barre hem nog van dienst. Daar mogen we blij mee zijn want hij staat ze weer goed te raken. Barre moet toch enorm veel inspiratie hebben gekregen door z’n samenwerking met de als gast op de hoes aangekondigde UK-toetsenist Eddie Jobson. Het sterkste nummer wat dat betreft is Black Sunday maar eigenlijk zijn de meeste van de tien erg oké. Neem Fylingdale Flyer waar de bronstige samenzang heerlijk is of neem  Working John, Working Joe en wat te denken van het instrumentale The Pine Marten’s Jig.

Muzikaal valt er heel wat te halen. Fraai zijn de vele synchrone loopjes van basgitaar en dwarsfluit in Protect And Survive en ook het wulpse vioolspel in Uniform mag er zijn. Uit het haast pastorale slotnummer And Further On blijkt eens te meer dat Anderson een geweldig componist is.

Het op zang georiënteerde album zit vol hoekige gitaarrifs, ijzige toetsenklanken, krachtig fluitspel en zinderende vioolpartijen, terwijl Dave Pegg op basgitaar en Mark Craney achter de drums de muziek constant een progressieve laag geven.

Wie zich afvraagt waar die ultrakorte albumtitel vandaan komt: de plaat is zoals gezegd opgenomen met de bedoeling dat het een solo-album zou worden van Anderson. De dozen van de opnametapes werden aangeduid met de letter A. That’s all. Je gelooft toch zeker zelf niet dat er ergens in de lucht een rode A zweeft?

Bezetting:
Ian Anderson: zang, fluit, gitaar
Martin Barre: gitaar
Mark Craney: drums
Dave Pegg: basgitaar, mandoline
———————————-
Met medewerking van:
Eddie Jobson: toetsen, viool