Graaff – Storm

2020 (eigen beheer)

Tracks:
1: Storm Part 1 (7:13)
2: Storm Part 2 (6:28)
3: Storm Part 3 (3:24)
4: Storm Part 4 (12:08)
5: Storm Part 5 (9:51)
6: Storm Part 6 (10:04)
7: Storm Part 7 (9:34)
8: Storm Finale (18:28)

Alle drummers die ik (al dan niet persoonlijk) ken, zijn stuk voor stuk gedreven fanatiekelingen, muzikanten die constant met hun passie bezig zijn. Elk potje of pannetje in huis wordt dan ook regelmatig flink beroffeld, eigenlijk krijgt alles waar je op kan slaan het wel te verduren. Onlangs stuurde ene Dennis de Graaff me een mailtje. Of ik eens naar z’n muziek wilde luisteren? In de loop der jaren had hij als drummer met behulp van enkele plug-ins een zestal albums gemaakt. Ik hoorde direct dat de Graaff ook toegevoegd kan worden aan het rijtje drumsverslaafden. Uit het mailcontact dat ik met hem had bleek niet veel anders, maar goed eerst de feiten.

Op z’n zevende begint de jonge de Graaff met drummen, vanaf z’n zestiende krijgt hij les in z’n hobby en dat leidt er toe dat hij een jaar later naar de drumschool gaat. Enige jaren daarna gaat hij uiteraard naar het conservatorium waar hij na drie jaar weer mee stopt omdat hij zich daar niet in het systeem vindt passen. Aan kundige leraren heeft hij derhalve nooit gebrek gehad. Wat volgt is een periode vol bands en sessiewerk. De Graaff ambieert progressieve jazzrock en fusion, van Jeff Beck tot Transatlantic en van Pink Floyd tot Mahavishnu. Ondertussen neemt hij nog wat lessen bij onder andere de hooggewaardeerde Dave Weckl. Op z’n 27ste schrijft de Graaff z’n eerste compositie en als hij een paar jaar later een nieuwe laptop koopt met de nodige muzieksoftware is het hek van de dam. De creativiteit is niet meer aan te dweilen in huize de Graaff en uiteindelijk besluit hij om elk jaar een nieuw album uit te brengen. Omdat z’n precisie groter blijkt te zijn dan z’n ambitie komt het er in de praktijk op neer dat de teller momenteel op zes albums staat en niet op de beoogde twaalf. We spoelen even een paar jaar verder.

In 2020 brengt de Graaff z’n vijfde album uit, “Storm” genaamd.  Net als z’n eerdere albums gaat het hier uitsluitend om een digitale versie, niet dat dat iets ter zake doet overigens. “Storm” zit tot de nok toe gevuld met een weelderige mengeling van prog, jazzrock en filmische muziek. Vooral die laatste tak van sport hangt als een ware paraplu over de muziek heen en dat is logisch als je naar het idee achter het album kijkt. De Graaff heeft zich namelijk laten inspireren door Storm, de avontuurlijke stripboeken van Don Lawrence over een astronaut die tijdens z’n strijd tegen een kwaad volk verdwaald raakt in de tijd. Persoonlijk ken ik de strip alleen maar uit de Eppo in de jaren 70, maar dat maakt niet uit. De Graaff heeft een enorm tot de verbeelding sprekend geheel neergezet dat wegluistert als een stripboek op zich.

Het album telt zeven gewone delen variërend in lengte van 3.24 tot 12.08 plus een finale van ruim 18 minuten. In de eerste twee delen is direct al goed te horen hoe fantastisch de plug-ins klinken en met hoeveel vakmanschap ze zijn ingezet. Neem de bassen en hoor hoe minutieus deze om de drums heen dartelen of neem de volvette toetsenklanken. Ook is het puur genieten als je de gitaarplug-in hoort die afwisselend elegant, vurig en uitbundig klinkt terwijl in deel twee ook enige kracht wordt gegenereerd. En dan de drums. Tja…dat is toch de corebusiness als je als drummer je eigen muziek maakt en het zal je verbazen maar de Graaff heeft alles met een drumcomputer geprogrammeerd. Hij heeft hiertoe de Yamaha DTX900 gebruikt, het neusje van de zalm. Het apparaat klinkt zo goed, het liefst zou je elke andere ritmetikker willen verbannen naar de dichtstbijzijnde vuilstortplaats. De hier aan de dag gelegde combinatie van de Yamaha, de hiertoe gebruikte plug-ins en de ingenieuze kunde van de Graaff maakt de muziek erg luisterbaar. Sterk wat dat betreft is het vijfde deel waar de fills je om de oren vliegen. Het eerste stuk is heerlijke jazzrock met veel melodie, terwijl het nummer halverwege naar het instrumentale werk van Genesis wendt. De Graaff doet in z´n drumpatronen sowieso veel aan Phil Collins denken. Dat de man naast een drumwizard ook verstand heeft van componeren blijkt wel uit het Vangelis-achtige derde deel dat uitmondt in een bloedmooi slot. In de daaropvolgende twaalf minuten zit zoveel prachtige filmmuziek dat elke cineast zal gaan watertanden en het kabbelende begin van deel zes is ook al een schot in de roos. De Graaff gaat onverstoord verder totdat de lange finale zich aandient. Hier is weer een fraaie aaneenschakeling  van gave melodieën en interessante harmonieën te horen. Eens temeer geeft de Graaff blijk van een groot ritmisch en compositorisch inzicht. Tegen het eind van het nummer herhaalt zich een eerder op het album gelegen thema waarmee de cirkel rond is.

Dennis de Graaff heeft een prima niche voor zichzelf gevonden waarbij hij z’n smaak en kunde maximaal weet in te zetten. Als muzikant wil je niet anders. Het resultaat mag er dan ook zijn.

Bezetting:
Dennis de Graaff: drums, plug-ins