Galadriel – Chasing The Dragonfly

1991 (Musea)

Tracks:
1: Senshi (9:16)
2: Passport To Tora (2:19)
3: Alveo (Bolero) (7:56)
4: Under A Full-Coloured Sky (3:09)
5: Merciless Tides (6:36)
6: The Gray Stones Of Escalia (18:40)

Het was liefde op het eerste gezicht toen ik “Chasing The Dragonfly”, het tweede album van de Spaanse band Galadriel, voor het eerst hoorde. Het transparante geluid met daarin de hoge stem van Jesus Filardi die constant van een prettige galm is voorzien, sloeg in als een bom. De stijl van de muziek met de kristalheldere invullingen van een ieder en de altijd broeierige, vaak door percussie voortgedreven sfeer kwam direct bij me binnen.

Galadriel maakt symfonische rock en vermengt dat met neo-prog, wereldmuziek en New Age. Het klinkt een beetje alsof Jon Anderson een experimenteerbui heeft gehad. Begrijp me niet verkeerd. Persoonlijk vind ik juist de knip- en plakstructuur van de muziek een toegevoegde waarde hebben op het geheel. Het gaat op het album van wervelend tot loom, van bedwelmend tot meeslepend. Tja, als je een libelle wilt vangen, moet je soms rare capriolen uithalen.

Wie mee gaat in de gedachtewereld van de bandleden krijgt mooie dingen te horen. Neem de viool in opener Senshi, een nummer waar een Peruaans percussieinstrument het ritme mede bepaald of neem de bolero Alveo waar tussen de kenmerkende roffeltjes ook ruimte is voor een stukje sprankelende piano. Ook in de andere nummers neemt die fraaie mediterrane klank je mee. Under A Full-Coloured Sky is opgebouwd rondom een marimba-achtig toetsenpatroon met een sitarsound als toevoeging. Oeps, daar is ook een Spaanse gitaar. Het album sluit af met het 18 minuten durende The Gray Stones Of Escalia. De uitstekende zanglijnen en de dito teksten dompelen je weer helemaal onder. Aan het eind zitten twee gitaarstukken met daartussen Galadriels kenmerk: bedwelmende muzikale wierrook.

Ik hou ervan als muzikanten hun beheersing tonen. De mannen van Galadriel weten precies wat ze kunnen en wat niet. Je hoort op “Chasing The Dragonfly” heel goed dat het groepsgeluid groter is dan de som der delen. Ik reken me dan ook rijk.

Bezetting:
Jesús Filardi: zang, achtergrondzang, toetsen, percussie
Manolo Pancorbo: gitaar, toetsen, percussie
Alfredo G. Demestres: toetsen, viool
Marco Do Santos: basgitaar
Alcides “Cidon” Trindade: drums, percussie