Eloy – Ocean

1977 (Electrola)

Tracks:
1: Poseidon’s Creation (11:38)
2: Incarnation Of The Logos (8:25)
3: Decay Of The Logos (8:15)
4: Atlantis’ Agony At June 5th – 8498, 13 P.M. Gregorian Earthtime (15:35)

Wie een progalbum uit de jaren 70 weet te noemen dat overtuigender van start gaat dan “Ocean” van Eloy mag het zeggen. Ik verwacht niet dat m’n mailbox het er druk mee zal krijgen, aangezien de Duitse progband met hun zesde album unaniem beschouwd een pareltje heeft afgeleverd. Het album verschijnt in 1977 en bevat, net als zijn voorganger “Dawn”, de wat later zal blijken klassieke bezetting. Even voor de volledigheid, we horen zanger gitarist Frank Bornemann, toetsenist Detlev Schmidtchen, bassist Klaus-Peter Matziol en drummer Jürgen Rosenthal. Wat de vier ontzettend goed doen op “Ocean” is dat ze de strekking van het concept van het album zo treffend in muziek weten om te zetten. Het gaat over de opkomst en ondergang van het mythische eiland Atlantis dat in zee wegzonk en als je drummer Jürgen Rosenthal over z’n roto toms hoort gaan zie je de denkbeeldige spetters  zo in het rond vliegen. Eloy staat bekend om z’n spacey progrock, ditmaal echter vormt de oceaan de setting.

De muziek van Eloy is vooral in die tijd een weldaad van zweverigheid. In het geval van “Ocean” lijkt het me trouwens beter om te spreken over ‘wegdrijven op’, want dat gebeurt met je. Gedurende 43 minuten, die onderverdeeld zijn in vier lange songs, nemen gitaar- en toetsensolo’s je mee naar alle kanten van de oceaan, terwijl de akkoorden en harmonieën constant hun drijfkracht ontlenen aan de geweldige ritmesectie. Er gebeurt ontzettend veel.

Het album gaat van start met Poseidon’s Creation dat zoals gezegd ongekend overtuigend opent. De thema’s die in het intro naar voren komen zijn een samengaan van bombast, dynamiek, virtuositeit en raffinement. Sprankelende gitaararpeggio’s, knallende partijen op de basgitaar, statige strings en oneindig lang klinkende drumbreaks zetten de toon. Het nummer trekt zich verder in gang met smakelijke orgelakkoorden die uitmonden in een heerlijke gitaarsolo. Na enkele minuten is er pas zang te horen. De accentvolle manier waarop Bornemann z’n woorden uitspreekt en z’n niet al te melodieuze benadering zijn al jaren het handelsmerk van Eloy. Een sterke sfeerwisseling vindt plaats als de toetsensolo begint en bassist Matziol het op z’n heupen krijgt. Wat volgt is weer zo’n grandioze gitaarsolo. Tenslotte gaat het nummer verder in hetzelfde vaarwater waar ditmaal een heus koor de sfeer bepaalt. Wat een klassesong.

In het daaropvolgende Incarnation Of The Logos gaat het er heel wat minder weelderig aan toe, niet dat het minder fraai is. Het eerste stuk wordt door toetsenist Detlev Schmidtchen gedragen met veel orgel en strings terwijl een tamelijk hoog zingende Bornemann en de diepe vertelstem van Schmidtchen de vocalen verzorgen. Het is weer zo’n heerlijke basriff die het vervolg van het nummer introduceert. Een broeierig toetsengericht stuk laat goed horen waar Eloy voor staat en dat is dampende prog maken. In Decay Of The Logos komt dat ook weer sterk naar voren. Het heeft de duidelijkste rockinput van het album, een insteek die vergelijkbaar is met Marillion een half decennium later. Het spel op de ARP Pro-Soloist is er wat dat betreft zaligmakend.

Het afsluitende Atlantis’ Agony At June 5th – 8498, 13 P.M. Gregorian Earthtime  laat een kwartier lang horen welke psychologische effecten Eloy bij de luisteraar weet te bewerkstelligen. Zo vergt het intro heel wat van je geduld. Het is een flinke zit vol gesproken woorden, huiveringwekkende klanken en heel veel hangende orgelakkoorden. Als uiteindelijk de band invalt geeft dat weliswaar enige verlossing, de sfeer blijft grimmig, angstaanjagend en wanhopig. De galmende gitaar in de uitro is werkelijk briljant.

“Ocean” is een geweldig album dat me al vele jaren plezier geeft. Uiteraard heeft dat alles te maken met de muziek van het album maar zeker ook met het mythische verhaal dat aan het concept ten grondslag ligt. Atlantis schijnt een prachtig eiland te zijn geweest, een welvarend oord dat de tempel van de god van de zee, Poseidon bevatte. Hoe mooi zou het zijn als ze toen al een pick-up hadden.

Bezetting:
Frank Bornemann: akoestische en elektrische gitaar, leadzang
Detlev Schmidtchen: Mellotron, Hammond, Minimoog en ARP synthesizer, RMI keyboard computer, xylofoon, stem
Klaus-Peter Matziol: basgitaar en fretloze basgitaar, achtergrondzang
Jürgen Rosenthal: drums, pauken, roto toms, temple blocks, kettle drums, dwarsfluit, chimes
——
Met medewerking van:
The Boys Of Santiago: koor (1)