Believe – Seven Widows

2017 (MM Records)

Tracks:
1: I (10:49)
2: II (9:08)
3: III (8:12)
4: IV (11:42)
5: V (8:35)
6: VI (8:37)
7: VII (8:19)

Het hier besproken “Seven Widows” uit 2017 is het zesde album van de Poolse progband Believe. De muziek ervan is wonderschoon en daar zag het in het begin van hun bestaan echt niet naar uit. De band  rondom de meesterlijke gitarist Miroslaw Gil die zichzelf onsterfelijk heeft gemaakt met het legendarische Collage debuteert in 2006 met “Hope To See Another Day”. Het industriële geluid waar de band op dat album in ondergedompeld is, sprak me niet zo aan en ook de gruizige Seattle sound van de gitaarakkoorden stond me tegen. Wat me vooral zo stoorde aan dat album was de theatrale manier van zingen. Het album liet een wat ongemakkelijke mengeling horen van donkere melancholieke neo-prog en een soort pseudo-hardrock/metal. Door de jaren heen en een aantal zinvolle bezettingswisselingen later is de band enorm gegroeid uitmondend in het hier besproken “Seven Widows”.

Wat altijd gebleven is en wat vooral als duidelijk gezichtskenmerk van “Seven Widows” naar voren komt, is de donkere melancholie. Wel is de uitvoering hier vele malen beter en zijn de composities zo integer als wat.

De belangrijkste troeven bij Believe zijn uiteraard gitarist Gil en de Japanse violiste Satomi die de muziek ook nog eens van prachtig toetsenspel heeft voorzien. Veelvuldig storten ze de composities vol met lyrische melodieën en gracieuze loopjes. Soms brengen ze hun hartstochtelijkheden samen zoals in het thema van het openingsnummer, soms halen ze het beste uit zichzelf naar boven in individuele shine-momenten. De betoverende vioolsolo in het wereldmuziekgedeelte van IV is wat dat laatste betreft een zeer fraai voorbeeld. Ook de gitaarsolo aan het eind van het afsluitende VII heeft een hoog kippenvelgehalte en zal er bij liefhebbers van Collage ingaan als Ketelapper. Waar je ook gaat of staat op het album, constant confronteren Gil en Satomi je met hun daden. Een enkele keer is er een akoestische gitaar zoals in II, soms is het bruut als in VII waar het de kant op gaat van de Gothic rock. Meestal echter zit je in het gebied van de neo-prog, daar waar het woord gruizig de lading niet goed dekt maar wel een beetje.

Het geheel zit rondom in de flink aanwezige partijen van de basgitaar en de drums.  Przemysław Zawadzki en Robert Kubajek  slaan zich moeiteloos door de vele onregelmatige maatsoorten heen zonder dat het hectisch of weerbarstig wordt op de plaat. Het is kunde all over the place.

De man die het album met al z’n toffe verrichtingen kan maken dan wel breken is zanger Lukasz Ociepa. Hij is nieuw bij de band en heeft de ondankbare taak om als derde vocalist op rij de intrigerende muziek van zang te voorzien. Hij slaagt daar prima in, doet veel denken aan z’n voorganger Karol Wróblewski en als hij emotioneel wordt klinkt hij zoals de eerste zanger eigenlijk had moeten klinken. Ociepa beleeft z’n finest moment in III waar hij vrijelijk in de refreinen uitpakt. Het is jammer dat hij de band na dit album alweer verlaten heeft.

Believe zal volgens hun website in 2021 met een nieuw album komen waarop zanger vier van de partij zal zijn. Als dat album maar half zo goed gaat worden als “Seven Widows” is het al prima.

Bezetting:
Łukasz Ociepa: zang
Mirosław Gil: gitaar
Satomi: viool, toetsen
Przemysław Zawadzki: basgitaar
Robert Kubajek: drums