Arena – Songs From The Lions Cage

1995 (Verglas Music)

Tracks:
1: Out Of The Wilderness (8:02)
2: Crying For Help I (1:22)
3: Valley Of The Kings (10:10)
4: Crying For Help II (3:08)
5: Jericho (6:50)
6: Crying For Help III (4:24)0
7: Midas Vision (4:36)
8: Crying For Help IV (5:05)
9: Solomon (14:37)

Halverwege de jaren 90 raakte men niet uitgepraat over Arena, de op handen zijnde nieuwe band rondom toetsenist Clive Nolan en drummer Mick Pointer. Wat ging er in hun hoofden om? Het niveauverschil tussen de twee muzikanten was torenhoog. Nolan stond bekend om z’n kundige spel waarmee hij bij bands als Pendragon,  Shadowland en Strangers On A Train een goede naam had opgebouwd. Pointer daarentegen had als enige op z’n CV dat hij “Script For A Jester’s Tear”, het debuutalbum van Marillion, van drums had voorzien. Tevens is hij te horen op een EP en enkele singles van de band. Daarna had de man meer dan tien jaar een carrière als keukenverkoper.

Dat chemie een raar goedje is, blijkt wel uit het feit dat de twee inmiddels al meer dan een kwart eeuw elkaars muzikale partner zijn en nog steeds de kar die Arena heet voorttrekken, ondanks de vele bezettingswisselingen. Grappig is dat Arena aanvankelijk als eenmalig project was bedoeld. Dat pakte nogal anders uit.

Typerend voor het bandgeluid is de aanstekelijke combinatie van speels toetsenwerk en logge drums waardoor Arena ingedeeld kan worden bij de heftige neo-prog. Gitaar, basgitaar en zang maken het plaatje compleet en hoewel de poppetjes dus nogal eens wisselden, is het bandgeluid nooit drastisch gewijzigd. Je mag zeker stellen dat Arena zich op 6 februari 1995 met “Songs From The Lions Cage” een krediet voor het leven heeft verschaft.

Ik kan m’n eerste draaibeurt nog goed herinneren. Nederland was in de ban van de overstroming van de grote rivieren en terwijl de NOS verslag deed van het spannende gebeuren, bezorgde de postbode een vierkant pakketje uit Engeland. Geheel tegen m’n gewoonte in bleef het pakje ongeopend en de tv aan. Toen de uitzending ten einde was, posteerde ik me tussen de boxen en was getuige van een niet te filmen sonische overstroming.

Sindsdien associeer ik “Songs From The Lions Cage” altijd met de perikelen van toen in zuid- en midden-Nederland. Zo roepen de heftige riffs van gitaar en basgitaar in het intro van het overrompelende Out Of The Wilderness absoluut beelden op van het gezeul met zandzakken. Het sterke toetsenspel en de krachtige gitaarextravaganza staan wat mij betreft voor de macht van het water en ook de bombastische ritmetandem doet dat. Hoewel deze associaties puur de mijne zijn, zijn me de vele Bijbelse verwijzingen in de teksten niet ontgaan. Ik kan daar helaas niet veel zinnigs over zeggen, dus zal je het met mijn overstromingsverhaal moeten doen.

In Valley Of The Kings zit een enorme toetsensolo. Hierin zie ik de uitgestrekte stukken ondergelopen land, terwijl de Mellotron als de onoverwinnelijkheid van de mens gezien kan worden. De vele samenzang in Jericho zie ik als de saamhorigheid van het volk en de mooie Pink Floyd-gitaarsolo van Midas Vision staat minstens voor het goede gevoel dat daar bij hoort. Het afsluitende Solomon mag zich scharen in het rijtje ‘beste epics allertijden’. Naast een ieder zijn hier hoofdzakelijk gitarist Keith More en zanger John Carson verantwoordelijk voor. More speelt er de sterren van de hemel zoals tijdens het metalstuk in de finale en in de euforische slotmelodie. Het heeft zoveel gevoel allemaal. Ook de beelden van de tv–uitzending raakten me diep. Ik hoor het allemaal terug in de manier waarop Carson zingt. Hij klinkt wanhopig, smekend en vooral erg strijdbaar.

Naast deze vijf bandsongs kent dit album nog vier korte stukjes die elk op de even posities staan. Crying For Help heten de delen die elk op hun beurt variëren. Het gaat van akoestische gitaar tot klavecimbel en van New Age met een telefoon tot een heerlijke progtrack waar een prachtige gitaarsolo van Steve Rothery de gemoederen bezig houdt.

“Songs From The Lions Cage” is een sterk album waar je niet over uitgepraat raakt. Nu niet, nooit niet!

Bezetting:
Clive Nolan: toetsen
Mick Pointer: drums
John Carson: zang
Keith More: gitaar
Cliff Orsi: basgitaar
————————–
Met medewerking van:
Steve Rothery: gitaar
Tracy Hitching: achtergrondzang
Tosh McMann: achtergrondzang
Martin Albering: achtergrondzang
Marc van Dongen: achtergrondzang